‘Nu ben ik dus
Hij zat op de bank en alle katten zaten ernstig om hem heen. Zelfs de kleintjes voelden dat het een serieus ogenblik was, ze speelden maar zwakjes met de veters van z’n schoenen.
‘Wij hebben het nog niet opgegeven,’ zei Minoes. ‘Vannacht staat er iets te gebeuren. Zodra het donker is komen de katten uit de buurt op ons dak vergaderen. Het wordt een Mauw-In.’
Die avond bleef Tibbe thuis met de jonge poesjes die te klein waren voor de vergadering. Hij hoorde de Mauw-In.
Hoeveel katten er waren kon hij niet gissen, maar aan het geluid te horen waren er meer dan honderd. Ze krijsten. Ze gilden en zongen af en toe de Mauwmauwsong.
Om een uur of elf werd er gebeld.
Het was mevrouw Van Dam. Ze kwam hijgend boven in haar bontjas en zei bits: ‘Meneer Tibbe, ik heb er eens met m’n man over gepraat. En we vinden dat het nu maar eens uit moet zijn.’
‘Wat bedoelt u?’ vroeg Tibbe.
‘Dit is geen fatsoenlijk huis meer, sinds u hier woont! Het is een broeinest van katten geworden. Luister toch eens... Luister zelf!’
Op het dak barstten de katten weer los.
‘Dit is toch niet uit te houden,’ ging mevrouw Van Dam verder. ‘En dan hier... wat zie ik? Zes jonge katten
‘Plus twintig dooie katten,’ zei Tibbe, ‘dat is honderd negenentwintig.’
‘Ik bedoel uw jas. Daar zitten er twintig in.’
Mevrouw Van Dam werd nu ontzettend boos. ‘Dat is het toppunt van brutaliteit,’ riep ze. ‘Mijn nertsjas! Wou u beweren dat het kattebont was? Wou u mij beledigen, zoals u die keurige meneer Ellemeet belasterd hebt in de krant? Want ik heb het wel gelezen! Een schande is het. En daarom heb ik met m’n man afgesproken dat u hier weg moet. Weg van
Dat van die bontjas had ik niet moeten zeggen, dacht Tibbe toen ze weg was. Niet dat het veel verschil maakt. Ze zou me er toch hebben uit gezet. Maar het was niet erg aardig van me. En nu ga ik naar bed.
Tibbe ging naar bed. Hij was zo doodmoe dat hij door de Mauw-In heen sliep en ook het gekriebel en gekrabbel van zes kleine katjes over zijn gezicht niet eens voelde. Hij hoorde Fluf niet thuiskomen. En de Jakkepoes niet die luid schreeuwend haar kinderen bij zich riep. En hij merkte niet dat Minoes in haar doos ging.
Toen hij wakker werd was het acht uur ‘s morgens. Wat was er ook weer voor akeligs... dacht hij. O ja, ik ben m’n baan kwijt.
Ze zat in het plantsoentje met Bibi.
‘De katten van Killendoorn hebben een plan,’ zei ze. ‘En we wilden vragen of jij ons helpt, Bibi.’
‘Best,’ zei Bibi. ‘Hoe?’
‘Dat zal ik je precies uitleggen,’ zei Minoes. ‘Luister goed.’
Hoofdstuk 14
Meneer Ellemeet liep over straat. Zijn grote blauwe auto die weer helemaal deukloos was, had hij op een parkeerplaats gezet en nu was hij op weg naar de winkel om een paar schoenen te kopen.
Voor de eerste maal viel het hem op dat er zo ontzettend veel katten waren in Killendoorn, Hij kon geen stap verzetten of er liep er een vlak voor z’n voeten. Soms zelfs tussen z’n voeten. Twee maal struikelde hij over een kat.
Er moet nodig eens opruiming gehouden worden, dacht hij. Een kattenplaag, dat is het. Volgende keer neem ik Mars mee.
Na een poosje merkte hij dat de katten hem volgden. Eerst was het er eentje die hem naliep maar toen hij even later omkeek waren het er acht.
En toen hij bij de winkel kwam, waren het er meer dan tien. Ze gingen allemaal mee naar binnen.
‘Kssst!’ riep meneer Ellemeet boos. Hij joeg ze de winkel uit maar met de volgende klant kwamen ze onmiddellijk weer binnen.
En toen hij schoenen aanpaste en hulpeloos op kousevoeten zat, draaiden ze om hem heen.
‘Zijn al die katten van u, meneer?’ vroeg de winkelbediende.
‘Waarachtig niet!’ riep meneer Ellemeet. ‘Ze zijn me achterna gelopen.’ ‘Zal ik ze dan maar wegjagen?’
‘O ja, graag!’
De katten werden weggejaagd, maar toen de deur weer openging voor twee nieuwe klanten, kwam de hele horde opnieuw binnen en verdrong zich om de benen van meneer Ellemeet.
Hij had ze dolgraag een trap willen geven. Hij had ze dolgraag een zware laars naar de kop gegooid, maar er waren nu tamelijk veel klanten in de winkel. En iedereen kende hem. Iedereen wist dat hij voorzitter was van de Vereniging van Dierenvrienden. En dus mocht hij geen katten trappen.