‘En denk erom als je terug durft te komen!’ riep Ellemeet woest tegen de struiken.

Hij ging weer naar binnen en z’n vrouw zei: ‘Ze zitten er weer.’

‘Waar?’

‘In het rozenperk. Al onze rozen gaan eraan.’

‘Nou is het uit,’ zei haar man grimmig. ‘Dit gaat me te ver. En hier zijn gelukkig geen mensen in de buurt, waarvoor ik me moet inhouden. Geef me m’n jachtgeweer!’

Ze haalde het voor ‘m.

Hij stond naast het terras met het geweer in de hand. Ofschoon het al avond was, scheen de voorjaarszon door de takken van de bomen op het rozenperk waar wel tien katten bezig waren de rozen omver te krabben met wellust in de ogen.

‘En nou krijg ik je... tuig...’ zei meneer Ellemeet zacht.

Hij legde aan...

De Siamees Simon was de voorste van het stel. Hij keek Ellemeet ontzettend scheel aan, maar ging geen voet opzij.

Zeven katten liepen angstig weg; drie bleven er staan. De kat van de Wethouder, de Jakkepoes en Schele Simon.

Vlak voordat het schot afging stoven ze weg... het was op het nippertje geweest. Alleen de Jakkepoes hinkte nog op het gazon maar voordat meneer Ellemeet opnieuw kon mikken, was ze ergens in de schaduw weggedoken.

Hij draaide zich om en wilde naar binnen gaan, maar toen zag hij het meisje staan. Een klein meisje in zijn tuin. Ze wilde weglopen, maar hij zag dat ze lachte. Ze lachte hem uit.

‘Wat moet dat? Wat doe je hier?’ riep meneer Ellemeet.

Ze moest zo vreselijk lachen dat ze geen antwoord kon geven.

Meneer Ellemeet was nu buiten zichzelf van woede. Hij greep het kind bij de arm, schudde haar door elkaar en gaf haar een pets.

‘En nou m’n tuin uit, nest dat je bent.’

Het leek eerst of Bibi huilde. Maar zodra ze buiten het hek was begon ze weer te lachen...

Ze wachtte even buiten het hek, in de laan. Toen kwam Minoes door een gat van de heg de tuin uit. En daarachter de Jakkepoes... en alle katten, een voor een.

De rest van de avond werden de rozen met rust gelaten.

Hoofdstuk 15

‘De Kat door de Eeuwen heen

‘Vanavond is de lezing,’ zei Minoes. ‘De lezing van meneer Smit. In hotel Monopool.’

‘Ik weet het,’ zei Tibbe. ‘Ik hoef er niet naar toe.’

‘Er worden foto’s vertoond,’ zei Minoes. ‘Van allerlei bijzondere katten. In kleur.’

‘Kan wel wezen,’ zei Tibbe. ‘Maar ik ga er toch niet heen. Ik hoef geen stukjes meer te schrijven. Ik werk niet meer voor de krant. En bovendien heb ik katten genoeg in m’n omgeving. Dank u.’

‘Ik denk dat iedereen er is,’ zei Minoes.

‘Juist,’ zei Tibbe. ‘En daarom wil ik liever niet. Meneer Ellemeet is er natuurlijk ook want hij is voorzitter van de vereniging. En ik wil hem nooit meer zien.’

‘Ik ga wel,’ zei Minoes.

Hij keek verbaasd op. Minoes die zo schuw was en zo bang om ergens heen te gaan waar veel mensen waren.

‘En ik zou het erg prettig vinden als u meeging,’ zei ze.

Nu was er iets in haar stem waardoor hij begreep dat er iets bijzonders aan de hand was. Hij kon niet bedenken wat, maar na even aarzelen zei hij: ‘Goed dan.’

Buiten aan het hotel stond het aangeplakt:

Vereniging van Dierenvrienden

Hedenavond: De Kat door de Eeuwen heen

Lezing met lichtbeelden door de Heer W. Smit

Tibbe en Minoes waren de laatsten die binnenkwamen. Het zaaltje was stampvol want meneer Smit was erg geliefd en hij kon boeiend vertellen. En de mensen in Killendoorn hielden nu eenmaal erg van katten.

Op de voorste rij zat meneer Ellemeet die straks een welkomstwoord zou spreken.

Omdat het nog niet begonnen *was zaten de mensen te praten en toen Tibbe en Minoes een plaatsje zochten, werd er om hen heen gefluisterd en gewezen.

Twee oude dametjes vlak achter hen spraken zacht.

‘Dat is die jongen van de krant, weet je wel? Met z’n secretaresse.’

‘Hij is toch weg bij de krant?’

‘O ja?’

‘Ja. Hij heeft toch dat schandalige stukje geschreven over Ellemeet!’ ‘Was hij dat?’

‘Jazeker, z’n naam stond eronder. En daar stond in dat onze eigen meneer Ellemeet de haringman omver heeft gereden.’

‘Ja, en ook dat hij levende katjes in een vuilnisbak had gestopt. Schandalig om zo iets te schrijven. Zonder een enkel bewijs.’

Tibbe kon het allemaal verstaan. Hij voelde zich rampzaliger en rampzaliger en wou maar dat hij niet was meegegaan. Naast hem zat Minoes met iets heel katachtig-geheimzinnigs over zich. En erg kalm... het leek wel of ze zich van niemand iets aantrok.

Een eindje meer naar voren zat Bibi, naast haar moeder.

Nu kwam meneer Ellemeet om een woord van welkom uit te spreken. Hij werd begroet met een geestdriftig applaus.

De mensen klapten, terwijl ze af en toe tersluiks achterom keken naar Tibbe. Het was alsof ze wilden zeggen: Al schrijf jij lelijke roddelpraatjes... we geloven je toch niet. We hebben vertrouwen in onze eigen Ellemeet.

Meneer Ellemeet boog vriendelijk lachend. Hij sprak maar heel kort en maakte plaats voor meneer Smit.

Het was een heel boeiende lezing. Meneer Smit vertelde over de katten bij de oude Egyptenaren. Hij vertelde over de kat in de middeleeuwen en hij vertoonde dia’s.

Перейти на страницу:

Похожие книги