De lichten in de zaal waren uit en telkens als hij met z’n stok op de vloer tikte, kwam er een nieuwe kat op het doek.

‘We zullen nu een kwartier pauze houden,’ zei meneer Smit nadat hij een uur had gesproken. ‘U kunt in die tijd een verversing gebruiken aan het buffet. Maar voordat we pauzeren, laat ik u nog een beeld zien van een zeer bijzondere raskat uit de renaissancetijd.’

Hij tikte met z’n stok. Dat was het teken dat de jongen achter het projectieapparaat de laatste kat voor de pauze moest vertonen.

Er kwam inderdaad een kat op het doek. Maar het was helemaal geen raskat. Het was de kat van de bakker die op de Groenmarkt een flinke trap kreeg. En hij kreeg die trap van meneer Ellemeet die erg duidelijk op de foto stond. Het was weliswaar geen mooie foto en het beeld was erg scheef, maar er was geen vergissing mogelijk.

Tibbe ging rechtop zitten. Hij keek Minoes aan. Ze lachte tegen hem.

‘Dat is mijn kat!’ riep de bakker op de tweede rij. Meneer Smit tikte driftig met z’n stok en riep: ‘Dat is niet de juiste foto.’

Er kwam een gemompel in de zaal. En nu kwam er een volgende dia. Hierop kon men zien hoe meneer Ellemeet bezig was de Kerkpoes Eukemeentje te slaan met een hondezweep. Hij had er veel genoegen in, dat kon men duidelijk zien.

‘Dat is onze poes!’ riep de dominee. Maar het volgende beeld kwam alweer. En nu stond meneer Ellemeet bij het terras van z’n eigen tuin met een geweer in de hand. Hij mikte op drie katten.

‘Dat is mijn Simon!’ riep meneer Smit verontwaardigd.

‘Onze poes...’ fluisterde de vrouw van de Wethouder.

De Jakkepoes stond er ook op maar daar maakte niemand zich druk over, behalve Tibbe die ontsteld naar Minoes keek. Ze knikte weer vriendelijk tegen hem. Hij begreep nu ineens het kattenplan. Hij begreep dat Bibi foto’s had gemaakt op straat en in Ellemeets tuin, met haar nieuwe toestel. Zo scheef kon alleen Bibi fotograferen.

Nu werd er druk gemompeld en gefluisterd in de zaal.

Iedereen keek naar meneer Ellemeet, het was tamelijk donker maar je zag dat hij was opgestaan en naar voren liep.

‘Het is niet waar...’ riep hij. ‘Dat ben ik allemaal niet!’

Maar nu kwam de volgende foto. Nog schever dan alle andere maar toch weer duidelijk. Meneer Ellemeet die een meisje bij de arm greep en haar sloeg. Het meisje was Bibi.

‘Dit is bedrog!’ riep meneer Ellemeet. ‘Ik zal het uitleggen, het is enkel truuk!’

Maar er werd nu zo hard gepraat door het publiek dat geen mens hem verstond.

Hij liep naar de achterkant van de zaal waar het apparaat stond.

De jongen die de dia’s vertoonde was Willem, de kantinejongen.

‘Hou onmiddellijk op!’ riep meneer Ellemeet.

‘Dit was de laatste,’ zei Willem.

‘Jij...’ zei Ellemeet woedend, ‘jij... hoe kom je aan die foto’s?’

‘Ik draai gewoon het hele rijtje af,’ zei Willem. ‘Zoals het moet.’

‘Maar hoe komen die laatste er dan bij?’

‘Dat kan ik toch niet weten,’ zei Willem.

Er was nu een hele opschudding in de zaal en meneer Smit probeerde de herrie te sussen. ‘Dames en heren, dit alles berust op een beklagenswaardig misverstand,’ zei hij. ‘Ik stel voor dat we rustig een kopje koffie gebruiken, waarna ik mijn lezing zal hervatten.’

‘Je bent ontslagen...’ siste meneer Ellemeet nog gauw tegen Willem.

Hij ging terug de zaal in, waar de lichten nu aan waren en waar de mensen in groepjes stonden te praten en te dringen bij het buffet. Overal waar meneer Ellemeet langskwam werd het ineens stil.

Hij had het willen uitleggen. Maar er viel helemaal niets uit te leggen. De plaatjes waren maar al te duidelijk geweest. Meneer Ellemeet maakte een machteloos gebaar en ging de zaal uit.

Toen hij weg was, laaiden overal de gesprekken weer op.

‘Niet te geloven,’ zei de vrouw van de Wethouder. ‘De voorzitter van de Vereniging van Dierenvrienden. En hij schoot op katten! Hij schoot op mijn poes!’

‘Hij sloeg mijn kind,’ zei de moeder van Bibi. ‘Dat is nog heel wat ernstiger. En hij is nogal liefst voorzitter van het comité Kinderzorg.’

Bibi zat er heel zoet bij, alsof ze er niets mee te maken had.

‘Waarom heb je me daar nooit iets van verteld?’ vroeg haar moeder. ‘Dat je geslagen bent door die meneer?’

Maar Bibi zweeg. Ze keek Tibbe aan boven haar colaflesje en fluisterde tegen hem: ‘Goed hè?’

‘Geweldig,’ zei hij.

‘Die van mij heeft Minoes gemaakt,’ zei ze. ‘Ze zat in een boom.’ Tibbe keek rond of hij Minoes zag. Door de drukte was hij haar kwijtgeraakt. Hij liep rond en hoorde overal flarden van gesprekken.

De twee oude dametjes praatten weer. ‘Best mogelijk dat er toch iets waars in zat.’ ‘Waarin?’

‘Dat stukje in de krant, weet je wel? Dat Ellemeet katjes in de vuilnisbak heeft gestopt.’

‘Ja natuurlijk, zo’n man is tot alles in staat. En dat van de haringkar is natuurlijk ook waar.’

Een eindje verderop stond meneer Smit te praten met Willem.

‘Hoe kon dat nou toch gebeuren, Willem?’ vroeg meneer Smit. ‘Die foto’s aan het eind... dat was helemaal de bedoeling niet. Hoe kwam dat nou...’

Перейти на страницу:

Похожие книги